Met achterflap#
Er zijn twee basismogelijkheden voor montage:
Bevestiging van klok in muurnis
Montage in een paneel.
Voor beide montages is het zeer belangrijk om de juiste gaten te maken volgens de tekening en het uurwerklichaam.
Stap 1
De klok bestaat uit een klokgedeelte en een achterdeksel. Draai de schroeven los en verwijder het deksel. Maak de aardingsgeleider los die het voorste deel van de klok verbindt met het achterdeksel.
Stap 2
Voor wandnismontage:
Boor twee verankeringsgaten in een muur met een diameter die voldoende is voor geschikte schroeven met een diameter van 4 tot 5 mm. Als sjabloon voor het markeren van de positie van de gaten kan de achterplaat worden gebruikt.
Voor paneelmontage:
Boor twee verankeringsgaten met een diameter van 2,6 mm in het paneel voor geschikte schroeven met een diameter van 4 tot 5 mm. Als sjabloon voor het markeren van de positie van de gaten kan de achterplaat worden gebruikt.
Stap 3
Trek inkomende geleiders door de doorvoer aan de achterkant van de afdekking en bevestig de afdekking met schroeven aan een muur/paneel.
Stap 4
1
Zie hoofdstuk Kabelverbinding.
Bij klokken op netvoeding sluit je de voedingsdraden aan volgens de labels op de klemmen van de voedingsmodule (WAGO klemmen of gelijkwaardig).
Vorm de geleiders zo of kort ze in dat de juiste plaatsing en bevestiging van de klok niet wordt belemmerd.
Voor klokken met PoE-voeding sluit je een PoE-geschikte Ethernet-kabel aan op de RJ-45-connector op de besturingskaart.
Gebruik een PoE-switchpoort of PoE-injector die de vereiste PoE-stroom levert.
Sluit de draden van de betreffende component (bijvoorbeeld temperatuursensor, toetsenbord of RS-485 interface) aan op de insteekconnector volgens het label naast de terminal.
1
De insteekconnectors worden in de aansluitklemmen gestoken.
Steek de insteekconnector van de respectievelijke component (bv. temperatuursensor, toetsenbord of RS-485 interface) in de overeenkomstige aansluiting op de besturingskaart.
Sluit de Ethernet-kabel aan op de RJ-45-connector, indien beschikbaar.
Pas op
Let op dat u de aansluitingen niet verwisselt. Controleer de markeringen van de aansluitingen op de besturingskaart.
Sluit de aardingsgeleider weer aan.
Pas op
Voor de LGC-variant stelt u de DIP-schakelaar in volgens het gebruikte synchronisatiesignaal (de positie vindt u in het hoofdstuk Kabelverbinding, gemarkeerd met de letter B).
Voor lijnsynchronisatie houdt u de DIP-schakelaar in de standaardpositie.
Voor alle andere synchronisatiesignalen (DCF, MOBALine, gepolariseerde impulslijn, IRIG-B) zet u de DIP-schakelaar in de stand DCF.
Zie het hoofdstuk Werking van de klok > Werking van niet-netwerkklok voor gedetailleerde informatie over het aansluiten van de verschillende synchronisatiebronnen en ontvangers.
Stap 5
Plaats de klok in het achterdeksel. Controleer of er geen kabels bekneld zitten tussen de behuizing van de klok en het achterdeksel.
Bevestig de klok aan de achterkant met schroeven.