Plafondophanging#
Stap 5
1
Zie hoofdstuk Kabelverbinding.
Bij klokken die op het lichtnet worden aangesloten, sluit u de voedingsdraden aan op het aansluitblok op de besturingskaart, conform de aanwijzingen op het etiket.
Gebruik een voedingskabel van minimaal 3×0,75 mm2 (dubbele isolatie) en maximaal 3×1,5 mm2 (dubbele isolatie).
Vorm de geleiders zo of kort ze in dat de juiste plaatsing en bevestiging van de klok niet wordt belemmerd.
Voor klokken die via PoE / PoE+ worden gevoed, sluit u een PoE-compatibele ethernetkabel aan op de RJ-45-aansluiting op de besturingskaart.
Gebruik een PoE-switchpoort of PoE-injector die de vereiste PoE-stroom levert.
Sluit de draden van het betreffende onderdeel (bijvoorbeeld een temperatuursensor, toetsenbord of RS-485-interface) aan op het aansluitblok op de besturingskaart, conform het label.
Sluit de Ethernet-kabel aan op de RJ-45-connector, indien beschikbaar.
Pas op
Let op dat u de aansluitingen niet verwisselt. Controleer de markeringen van de aansluitingen op de besturingskaart.
Pas op
Voor de LGC-variant stelt u de DIP-schakelaar in volgens het gebruikte synchronisatiesignaal (de positie vindt u in het hoofdstuk Kabelverbinding, gemarkeerd met de letter B).
Voor lijnsynchronisatie houdt u de DIP-schakelaar in de standaardpositie.
Voor alle andere synchronisatiesignalen (DCF, MOBALine, gepolariseerde impulslijn, IRIG-B) zet u de DIP-schakelaar in de stand DCF.
Zie het hoofdstuk Werking van de klok > Werking van niet-netwerkklok voor gedetailleerde informatie over het aansluiten van de verschillende synchronisatiebronnen en ontvangers.